In Rome stikt het van de daklozen. Waar je ook gaat, overal
word je aangesproken door armoedig uitziende mensen die bedelen om geld. Je
raakt eraan gewend, negeert deze mensen en loopt ze straal voorbij. Sterker
nog: ze irriteren je mateloos.
Na de schoolreis had ik het geluk om langer in Rome te mogen
blijven. Ik verbleef bij een vriendin die daar een jaar studeert en we besloten
om “eens gek te doen”, aangezien het bijna Pasen was, een feest van compassion.
We hebben cakes gebakken en zijn vervolgens vlakbij St. Peters square de stad
in gegaan om plakken uit te delen aan de daklozen.
Veel daklozen vertelden niet zoveel, of zeiden alleen hun
naam en waar ze vandaan kwamen. De meeste vrouwen verborgen zich onder de
sluier van identiteitsloosheid en noemden zichzelf ‘Maria’. Er was echter één
vrouw die echt indruk op me maakte. Ook zij liet zich Maria noemen. Haar handen
waren viezer dan ik me ooit heb kunnen voorstellen. Verder zag ze er gehavend
uit en leek ze nogal schuw. Ze ontweek onze blikken in eerste instantie. Na wat
pogingen tot toenadering, nam ze de plak cake aan. Ze pakte mijn handen vast en
zei: “Grazie, grazie, voor het teruggeven van mijn menselijkheid.”
Dit raakte me. De hele week liep ik al langs daklozen zonder
ze te zien. Vanaf die dag heb ik de rest van de tijd tegen alle bedelende
mensen ‘ciao’ gezegd. Het viel me op dat al die mensen verbaasd reageerden op
deze vriendelijk bedoelde woorden en het gaf me een goed gevoel om te weten dat
ik iets deed om deze minder bedeelden het gevoel te geven alsof ze er toch nog
toe deden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wil je reageren? Gebruik dit formulier. Vanzelfsprekend worden reacties eerst getoetst op gepastheid.