Leerlingen uit de 5e klas van het Christelijk Gymnasium Sorghvliet in Den Haag waren een week in Rome. Wat heb je daar aan spiritueels, verheffends, verdiepends of hoe je het ook maar wilt noemen, beleefd? Op deze vraag vindt u hier de antwoorden van een aantal leerlingen.
woensdag 30 mei 2012
Ergernis en Spiritueel geluk
Rome. Ook wel bekend als de stad van de Oudheid, de Katholieke Kerk en de Spiritualiteit. De eerste paar dagen heb ik van het laatste eerlijk gezegd niets van teruggezien. Ik vond het, ondanks het feit dat het een ontzettend mooie, Christelijke stad was, er druk, rommelig en spiritueel onbeschaafd. In plaats van dat men zich bescheiden en netjes gedroeg vond ik de Romeinen, en dan met name de straatverkopers, zeer opdringerig en asociaal. Net als een deel van de toeristen overigens, die de meeste prachtige historische overblijfselen bevuilden en sloopten; er was overal wel een Duitser die een beeld aanraakte, een Chinees die foto’s met felle flits maakte of een Hollander die op een zuil op het Forum Romanum dacht te kunnen zitten bij gebrek aan bankjes. Het ergste vond ik echter hoe er met de eeuwenoude gebouwen in de stad Pompeï werd omgegaan door het gros van de egoïstische bezoekers, die zelfs niet in bescherming werden genomen door de enkel op inkomsten gerichte, lakse, plaatselijke autoriteiten. Ten eerste was door de Italiaanse overheid een groot deel van de fresco’s van de muren gesloopt en naar andere musea overgeheveld. Daarnaast vond de overheid het niet nodig hekken te plaatsen om de toeristen ervan te behoeden de duizenden jaren oude, zeer goed bewaard gebleven, toch fragiele stad te vernietigen. Naast ergernis over gedrag en laksheid heb ik echter wel enig spiritueel geluk gevonden. Dit is mij verbazingwekkend genoeg gegeven door een straatverkoper, een economische vluchteling afkomstig uit de driemiljoen inwoners tellende hoofdstad van Ethiopië: Addis Abeba. Ik, Reinout, Abel en een aantal anderen zaten ’s middags tijdens onze vrije tijd even uit te puffen van de hitte en de drukte op een bankje, gelegen voor een aardig fonteintje in de binnenstad van Rome, toen de zoveelste straatverkoper van de dag op ons afkwam. We begroetten hem, op z’n zachtst gezegd niet erg hartelijk. Toch bleef hij uiterst vriendelijk waardoor wij wel verrast waren. We raakten in gesprek met de man die er arm uitzag, zijn enige bezittingen waren een tiental kleurige armbandjes. Hij vertelde over zijn zware leven op een manier die me raakte; in plaats van dat hij neergeslagen zijn verhaal deed vertelde hij het op een vrolijke, ietwat luchtige manier. Wij vertelden waar we vandaan kwamen en wat we hier deden. De man lachte toen we vertelden waar we vandaan kwamen en gaf ons allen een naam van een Nederlandse voetballer. Zo werden er een tiental nieuwe Sneijders, Huntelaars, van Persie, Stekelenburgs, Strootmannen en de Jongs geboren. Bovendien, als toppunt van zijn goedwillig en- barmhartigheid gaf hij ons al zijn armbandjes cadeau. Stomverbaasd door zijn goedheid, het feit dat hij zelf zijn laatste bezittingen weggaf aan veel beter bedeelden tekende dit beeld, namen we de kleurige, vrolijke armbandjes die goed bij de mans persoonlijkheid pasten in ontvangst. Omdat we deze man niet in de kou wilden laten staan gaven we hem een deel van ons lunch en kochten we twee koppen koffie bij één van de beste koffiezaken van Rome voor hem, in de hoop dat we een klein deel van het geluk dat hij ons gaf, hem terug te geven. Het roodgele armbandje draag ik nu nog steeds en koester ik niet alleen door haar uiterlijke praal maar bovenal door haar innerlijke schoonheid.
Labels:
straatverkoper
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wil je reageren? Gebruik dit formulier. Vanzelfsprekend worden reacties eerst getoetst op gepastheid.