Begin april waren wij met de vijfde klas in Rome. Voor school was het natuurlijke voor nuttige doeleinden: kerken bekijken, beelden bewonderen en (nog meer) leren over de oude cultuur.
Een enorm programma stond voor ons klaar, overal was aan gedacht. Natuurlijk waren in de eerste plaats de grote, bekende werken gepland; het Colosseum, het Foram Romanum en het theater van Marcellus. Maar ook minder bekende dingen zoals de Jezuïeten kerken, zouden we te zien krijgen.
Waar ik zelf nog niet eerder van gehoord of over gelezen had, was de Scala Santa. Door onze gids, meneer van der Starre werd ons het verhaal van de trap verteld. De trap zou uit Jeruzalem komen en eigendom geweest zijn van Pilatus. Op weg naar Pilatus, zou Jezus geknield over de trap zijn gegaan, op elke trede biddend.
Later zou de trap als heiligdom naar Rome zijn gebracht, waar hij werd ‘neergezet’ in het oude Lateraanse paleis, naast de Sint-Jan van Lateranen.
Daar is hij uitgegroeid tot bijna een bedevaartsoord: duizenden mensen doen elk jaar hetzelfde als Jezus Christus 2000 jaar geleden deed: knielend en biddend naar boven.
De trap leidt uiteindelijk naar het Sancta Sanctorum (het heilige der heiligen), waar pausen altijd baden. Er lagen ook altijd heilige relikwieën (er zou een stukje van het kruis van Jezus hebben gelegen), maar die zijn overgebracht naar de Vaticaanse musea.
Terug naar mijn eigen ervaring.
Met onze groep, zijn wij eerst door de Sint-Jan van Lateranen, of op zijn Italiaanse de San Giovanni in Laterano, gelopen. Aan de voorkant kwamen wij naar buiten, waarna we de straat overstaken en naar het bedevaartsoord liepen. Voor de deur kregen wij de hierboven beschreven uitleg.
Langzaam en stil mochten we naar binnen.
Wat we daar zagen, was voor mij een hele nieuwe ervaring. Natuurlijk was uitgebreid verteld door onze begeleider dat er mensen zouden zijn die zaten te bidden, maar de overtuiging van deze mensen had ik bijna niet verwacht. Wij bleven eerst in stilte aan de onderkant van de trap staan. Daarna zijn wij via een ‘zijtrap’ omhoog gelopen. Toen we daar boven stonden, konden we de hoek om kijken en de biddende mensen zien.
Daar zag ik was mij het meest geraakt heeft tijdens onze hele Rome-reis.
Op de op één na bovenste trede zat een man te bidden. Het was een jonge man, ik denk rond de 25 jaar oud. Hij had een enorme rugzak bij zich, een windjack aan en stevige bergschoenen aan, een duidelijk backpacker die van ver weg leek te komen. Hij zat daar in zó een overtuiging te bidden, dat dat iets met mij deed. De overtuiging in zijn houding en de uitdrukking op zijn gezicht, raakten mij. Het liet iets zien wat ik nog niet eerder gezien had; een volledige concentratie, gericht tot God. Hij leek volledig afgesloten voor de wereld en wat er om zich heen gebeurde; hij moet onze groep gehoord hebben, maar keek niet op of om om te zien wat er gebeurde.
Natuurlijk heb ik in een kerk wel eens mensen zien bidden of luisteren naar een predikant. Toch was dit duidelijk niet hetzelfde. Deze man, in zijn knalrode windjack in de sobere ruimtes van dit heiligdom, was niet ‘gewoon’ aan het bidden. Ik vind het moeilijk te beschrijven, maar hij leek zichzelf open te hebben gesteld voor God.
Nadat hij klaar was met het gebed dat hij op die trede had gedaan – je hoort op elke trede één gebed te doen – boog hij zijn hoofd, sloeg zijn handen voor zijn gezicht en boog tot zijn hoofd de volgende trede raakte. Hij keek weer op, naar het beeld van Jezus Christus, en het was te zien dat hij tranen in zijn ogen had.
Deze man heeft mij laten zien dat men zich kan afsluiten voor alles wat er om hem heen gebeurt, om zich volledig tot God te wenden. Dat heeft mij iets gedaan, en sindsdien, als ik langs een kerk loop, moet ik even aan deze backpacker uit Amerika denken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wil je reageren? Gebruik dit formulier. Vanzelfsprekend worden reacties eerst getoetst op gepastheid.